Châtelet

At Châtelet, the transition of the subway in Paris, lives an extremely smelly clochard. You can smell him from miles away and that’s not figure of speech, it’s the truth.
Within 3 metres nobody wants to stand near to him. Last time he had thrown up and decided to use his sleepingbag to cover up the mess. The air smells like filthy dog and everybody notices it whenever stepping on ‘his’platform. The clochard from the corner of the street is much nicer, if you’d ask me. He fishes for money as you might say. He has attached his Starbucks carry-mug onto a little straw and twig and asks for money of wealthy Parisians living in the 8th at the Monoprix.
Or the ladies laying on the ground of the Champs Elysees, many times we made a joke you should trip and fall. On a little piece of cartboard they lie there every day, faced to the ground, begging for money. Even when there’s snow on the ground. Which I think is quite a performance but the real performance is of the men who are selling roasted chestnuts. They sleep in the parking garage around the corner of our street – I saw that when I opened the wrong door at the garage and all of a sudden I saw a livingroom in the harsh light of the parking. Those guys really work for their money and of course you will see the police are out to get them. Apparently they find it more important to cuff the clochards who want to work for money than the ones laying on the Champs-Elysees. With lots of noise and action the man who sells roasted chestnuts is asked to show his ID and since he can’t, he is being cuffed and taken downtown to the policestation – another seller is packing his stuff directly.

In the subway they are singing and making music (sometimes with a trumpet almost in your ear) for petit pièces, with boomboxes they are stepping inside to get off the subway some stops further along the way to start earning money on another subwayline. Or men who start giving their life story with a strong voice, how they have been affected by the unemployment, that they have two children who need food too – if you could spare some money, one, two euros or a ticket for a restaurant. Especially the choices you get from them makes it so much easier.
Even in the Tuileries you keep on getting harrassed by guys who want to sell you their golden Eiffeltower souvenirs. All their ware is being installed on black cloths and when there is police in sight they pull one little string and the bag closes immediately. As greyhounds the run out of the park, because they are illigal in this county and the French government shows no mercy.

So for as far as I am concerned, the guy who roasts chestnuts can stay, but can somebody please handle the bad air at Châtelet?
**********************************

Châtelet, het overstappunt in de metro van Parijs wordt bewoond door een uitermate, stinkende zwerver. Hij stinkt een uur in de wind en dat is geen figure of speech, dat is de waarheid. In een radius van 3 meter zie je niemand staan. Laatst had hij overgegeven en daar vervolgens zijn slaapzak overheen gelegd als een soort van cover-up. De lucht ruikt naar vieze hond en dat merkt iedereen die op ‘zijn’ perron komt. De zwerver van op de hoek is veel leuker, al zeg ik het zelf. Hij vist namelijk iedere dag naar wat centen. Letterlijk, want hij heeft zijn Starbucks beker vastgemaakt aan een touwtje en stokkie waarmee hij de hele dag rustig op de stoep van de Monoprix zit om wat geld bij elkaar te hengelen van de rijke Parijzenaars die in het 8e wonen.
En dan de dames liggend op de grond van de Champs Elysees, al menigmaal is de grap gemaakt dat we er eens over zouden moeten struikelen. Op een klein kartonnetje liggen ze de gehele dag, met het gezicht naar de grond, te bedelen om geld. Zelfs in de sneeuw en dat is toch wel een applausje waard. Het echte applaus verdienen echter de mannen die met kastanjes in oude winkelwagentjes staan. Ze poffen ze en brengen ze aan de man. Ze slapen in de parkeergarage om de hoek zag ik toen we de verkeerde deur open trokken en er een complete ‘huiskamer’ opdoemde onder het schrille licht van de TL-buizen. Die doen nog eens wat voor hun geld en nu moet je net zien dat de politie het op hen gemunt heeft. Blijkbaar vinden ze het belangrijker om zelfvoorzienende zwervers met een idee op te rollen, dan dames die languit op de Champs-Elysees liggen waar je je nek over kunt breken. Met veel bombarie wordt er gevraagd naar identiteitsbewijzen en wordt de man in de boeien geslagen, een andere kastanjeverkoper zie ik meters verderop zijn spullen gauw inpakken.


In de metro zingen ze en maken ze muziek (soms met een trompet bijna IN je oor) voor petits pièces, complete boomboxen stappen binnen om een paar haltes verder weer over te stappen op een andere lijn en daar geld te verdienen. Of mannen die luidkeels verkondigen waarom ze ten gronde gericht zijn, twee kinderen hebben en deze ook moeten voeden – of je wat geld voor ze hebt, één euro, twee euro of een dinerbon. Vooral dat keuzesysteem maakt het zo aantrekkelijk voor de gemiddelde metro-bezoeker.

Ook in de Tuilerieën wordt je constant aangesproken door mannen die lelijke souvenirs willen verkopen, gouden Eiffeltorentjes vliegen je om de oren. Alles ligt uitgestald op zwarte doeken die met één trek aan het touwtje sluit als de politie in zicht is. Als hazewindehonden rennen ze het park uit, ze zijn namelijk illegaal en de Franse regering kent geen genade.

De kastanjepoffer mag van me blijven, maar wilt iemand alsjeblieft wat doen aan de lucht op Châtelet?

Labels: , , , , ,